In de oudere straten van deze stad loopt bij veel panden een trap van vijf tot acht treden naar de voordeur, en onder die trap zit een tweede deur. Vroeger was dat de ingang voor de dienstbode en de leveranciers; nu is het een berging, een fietsenstalling, een praktijkruimte of een studio die apart wordt verhuurd. Die deur ligt ongeveer een meter onder het trottoir, in een putje met een stoepje ervoor, en dat maakt hem tot de kwetsbaarste deur van het hele pand.
Waarom het nu juist die deur is
Het antwoord zit volledig in de hoogte. Een voorbijganger op het trottoir kijkt over het muurtje of het hekje heen en ziet een stuk straat; hij ziet niet de deur die een meter lager ligt. Wie daar staat is dus feitelijk onzichtbaar, terwijl hij op minder dan twee meter van een drukke stoep staat.
- de deur is vanaf de straat niet in te kijken
- er staat zelden een lamp bij, en als die er is werkt hij niet
- het slot is in veel gevallen nog het origineel uit de bouwtijd
- het hout onderaan heeft jaren vocht uit het putje getrokken
- de sluitplaat zit met twee korte schroeven in oud, uitgedroogd hout
- achter die deur ligt de kelder, en daarachter vaak een trap naar boven
Zit er bij u een deur onder de stoep?
Wij nemen hem door en zeggen wat er nodig is zonder aan de voorzijde iets te veranderen.
Van die reeks weegt het laatste punt het zwaarst
Veel eigenaars denken bij die deur aan een berging en niet aan hun woning. Maar in een flink deel van deze panden loopt achter de kelder een trap of een luik naar de gang op de begane grond, en die binnendeur is nooit beveiligd omdat hij binnen zit. Daarmee is de keldertrap een route van buiten naar binnen, met twee lichte deuren in plaats van één zware. Als wij ergens beginnen, dan daar.
Het hout, en waarom een zwaarder slot soms niets doet
Dit is de fout die het meest wordt gemaakt. Eigenaars laten een stevige cilinder in de kelderdeur zetten en zijn tevreden, terwijl het probleem niet in het slot zat. Het kozijn van zo'n deur staat sinds de bouw in een vochtig putje. Het hout is aan de buitenzijde hard en aan de binnenzijde verrot, en de sluitplaat zit daarin met twee schroeven van drie centimeter. Met één duw van een schouder komt de plaat er met schroeven en al uit, ongeacht hoe zwaar het slot is.
Daarom zetten wij hier als eerste een lange sluitplaat, die door de dagkant heen in het achterliggende metselwerk of in gezond hout grijpt. Dat is een onderdeel van enkele tientjes en het doet meer dan een cilinder van honderd euro. Pas daarna kijken wij naar het slot zelf, en dan naar een uitvoering met een behandeld binnenwerk en beslag dat niet aanslaat, omdat het in dat putje nooit droog is.
Het putje zelf
Kijk eens of het afvoerputje voor de deur nog werkt. Bij negen van de tien panden zit het vol blad, zand en mos, en dan staat het water bij een flinke bui tot tegen de deur aan. Dat is de oorzaak van het klemmen in het najaar, van de verrotte onderdorpel en van de cilinder die stram gaat. Een putje leegmaken is tien minuten werk en het scheelt u jaren aan slijtage.
En kijk naar het hekje bovenaan. Veel van deze putjes hebben een laag hekje of een muurtje met een poortje erin dat niet op slot kan. Een eenvoudig slot daarop betekent dat iemand eerst over dat hek moet, in het zicht van de straat, voordat hij op de plek staat waar hij niet te zien is. Dat is precies de verschuiving die u wilt.
Wat u niet aan de buitenkant hoeft te veranderen
Staat het pand op een monumentenlijst of in een beschermd gezicht, dan is dit goed nieuws: vrijwel alles wat hier nodig is zit aan de binnenzijde of in de dagkant van het kozijn. Een lange sluitplaat, een grendel aan de binnenkant van de deur, een opbouwslot: van de straat af is er niets van te zien. Dat is ook de reden dat dit soort werk in deze buurten meestal zonder gedoe kan.
Wilt u weten hoe uw deur eraan toe is? Bel 026 7771934 of zie waarvoor onze slotenservice uitrijdt.

